Welkom : )

Iedere gelijkenis van bepaalde personages over wie ik schrijf met bestaande personages berust op louter mensenkennis. (Dimitri Verhulst - De Helaasheid der dingen) Sommige namen en haarkleuren zijn veranderd. (Eels - Things the grandchildren should know) Niets uit deze uitgave mag worden vereenvoudigd. (Tim Thomaes - Toemaardichtmaar) Il faut tout prendre au sérieux, mais rien au tragique. (Adolphe Thiers)


Een onvolledige lijst met schrijvers van teksten die ik bewonder, kun je vinden als je hierop klikt.

zondag 29 januari 2012

Automatische schuifdeur II


traag openen de deuren
en valt de zon de zondeval
toevallig naar de Aarde
worden mijn voeten ruimteziek
van lopen en verschuiven
van elektrische sensoren
en mijn corpuslinguïstiek

van schuiven schuif ik vragen
over laden vragen af of
schuifdeuren ook openschuiven
in het solipsismewoud
waar niets meer schuilt,
schreeuwt voor sensoren
en niks beweegt de ruimte uit. 

Automatische schuifdeur


en de schuifdeur schuift
onder de maan schuiven wij
en uit over de gladde stenen;
aan in de glimmende regen
schuift automatisch de schuivende deur
opent de deur en in de deur
van schuiven ligt de sleutel

en onderwijl schuiven ook wij
met het schuiven om te schuilen
schuilen voor het kromme draaien
met het openen van schuiven
aan het draaien van de Aarde trekkend
want vallend naar de Aarde toe
staat de zon, ons kind, niet stil.

vrijdag 27 januari 2012

Fusie

Deze weblog is zojuist aangevuld met teksten van mijn vorige weblog! Scrollen maar! : )

dinsdag 24 januari 2012

Recensie: Niet helemaal alleen (voor kinderen)



Van uitgeverij Watervis kreeg ik het prentenboek ‘Niet helemaal alleen' (Oorspronkelijke titel: 'Ikke helt alene') toegestuurd als ik er een recensie over schreef op mijn weblog. Ik hoefde er alleen over te schrijven als ik er iets in zag, dus bij deze.

‘Gewoon maar rechtdoor, Lars’, zegt mamma. ‘Je kent de weg.’
Ik loop achteruit en zwaai naar haar. Ze staat voor het raam en roept dat ik voorzichtig moet zijn. ’t Is moeilijk om achterstevoren te lopen maar dan kan ik haar zien.


Zo begint het verhaal van Lars, die te voet door een bos naar school loopt. Niet gewoon te voet, maar achterstevoren. Terwijl hij zijn mamma kleiner en kleiner ziet worden tot ze een stip is, komt hij allerlei vreemde wezens tegen, zoals Kukelom, een reusachtige jongen die op een éénwieler naar school fietst en Trigger, een centaur-achtig beest dat de tijd voor hem bijhoudt.

Het verhaal is in een zorgvuldige stijl en met een flinke, maar vanzelfsprekende dosis fantasie geschreven door Constance Ørbeck-Nilssen en Akin Duzakin, die dit fascinerende project gezamenlijk ontwikkelden nadat ze bij toeval aan elkaar gekoppeld waren op een studiedag van een schrijversopleiding. De poëtische, veelbekroonde Duzakin behoort tot de belangrijkste kinderboekillustratoren van Noorwegen. De tekst staat in paginagrote tekeningen die minstens even prachtig zijn als de tekst en op sublieme wijze de mistige, geschakeerde Scandinavische natuursfeer oproepen zoals een kind die ziet. Bijna elke tekening is in navolging van het kritisch-paranoïde surrealisme, maar dan op zijn Scandinavisch.

Kortom, een mooi boekje om aan uw kind voor te lezen of om zelf te (laten) lezen!

Plooi/rib


Een zoektocht op internet naar het woord ‘plooirib’ leverde mij de volgende magische beschrijving van ‘Tribus Phyllodectini, subgenus: Phyllodecta vulgatissima’.

In Europa 7 soorten. 3-6 mm, langwerpig, vliegen allen goed, egaal metaalkleurig; halsschild-zijde ongegroefd; dekschild met 9 regelmatige stippelrijen, 5e en 6e stippelrij vooraan meestal verdiept, die de schouder duidelijk doet uitkomen; scheen ongedoornd, klauw aan de basis getand; voorborst tussen de heupen verlengd en in de groef van middenborst passend. Larven met afweerklieren; bovenlip in het midden niet ingesneden; 7e tussenruimte van de stippelrijen in het midden licht ingedrukt en 8e tot een zwakke lengte rib verheven;

(als het dier van achteren wordt bekeken en zijdelings gekanteld wordt, dan is er een sprong in de lichtval te zien)
;

2e en 3e sprietlid ongeveer van gelijke lengte en vorm, leden 4 en 6 onder extra behaard, vooral bij het mannetje; halsschild achter fijn gerand; 2e sprietlid korter dan 3e en vaak peervormig, vanaf 3e lid alleen normaal behaard; halsschild achter niet gerand; dekschild zonder plooi/rib.

maandag 23 januari 2012

Crashen voor dummies


  1. Laat u zich plaatsen op één van de zitgelegenheden in de wagen. 

  2. Zit u in een Japanse auto, dan bent u hoogstwaarschijnlijk het humanoïde haasje en zal er voor u geen carrière als etalagepop meer in zitten. Rijdt u een Opel, dan kunt u slechts popelen op een goede afloop. 

  3. Raak niets aan vanaf het moment dat de auto is gestart. Een pop kan de chronologie van gebeurtenissen niet interrumperen, om maar te zwijgen van de mogelijkheid om ze te wijzigen. Wanneer de auto begint te rijden, kunt u niets meer veranderen, net zoals voordat u de auto startte. Helaas, in het poppenkraam des levenloosheids krijgen echte mensen het program. 

  4. De crash: u zult belanden in de kreukelzone. Indien fataal zult u vlak daarvoor uw levenloosheid nog voorbij zien flitsen in de vorm van een nyan-cat. Als uw lichaamsonderdelen nog in orde zijn, zult u mogelijk herrijzen in een tekenlokaal. Indien u zeer fataal bent aangetast, bent u jammer genoeg volledig ontpopt en wordt u al snel gedegradeerd tot plastic zak. Wanneer u geleefd heeft volgens uw instructieboekje zult u vanzelfsprekend met gepaspopte trots zoete popcorn verpakken. 

zaterdag 21 januari 2012

donderdag 19 januari 2012

Kaarttruc, voor Kyra


Zoek onder mijn wollen trui
mijn ongebreidelde ruimte
Klaver, schoppen, ruiten
haren op mijn borstkas, broei-
kas, waarin je het weerwoord
voorwoord voor me spelt, het weer
voorspelt, je mond meer
open, kies een kaart
en stop hem terug
(ik zal niet kijken)

dinsdag 17 januari 2012

De wraak van de suikerspinfee


De olifant klopt op de deur bovenaan de trap in mijn elpenbenen toren, maar ik doe niet open. De olifant wil het altijd over zichzelf hebben. Pure dikdoenerij. ‘Mijn grootvader heeft dit gebouw ontworpen’, blaast hij dan van de toren, terwijl dat helemaal niet waar is. Of toch niet helemaal, want de kozijnen, die staan wel op zijn naam, maar de muur, de lange wenteltrap en het dak zijn allemaal door een andere tak van de familie gemaakt. En als hij het niet over zichzelf heeft, zit hij wel achter de vleugel en speelt hij veel te hard ‘Dans van de suikerspinfee’ van Chaikovsky.

‘Laat me alleen’, zei ik hem gisteren, toen hij op bezoek was. ‘Hou erover op, het maakt mij niet uit wie de architect is van mijn huis. En wat heb je zelf eigenlijk bereikt? Je slagtanden zijn nog helemaal intact. Zou je er zelf niet eens iets mee doen? Je tettert alleen maar om jezelf beter te voelen, terwijl er nog niks van waar is ook.’ Toen ging de olifant stampvoetend weg en nu is hij terug. Zou hij spijt hebben?

Ik doe open. De olifant staat een eindje beneden op de wenteltrap, holt op mij af, steekt mij neer met zijn slagtand, dwars door mijn hals en stormt met mijn lichaam de kamer binnen. En zo, met mijn bloedende lichaam aan zijn tand, gaat hij achter de piano en speelt hij weer van Chaikovsky. Dit keer niet te hard en niet te zacht. 'Er staat gebak in de koelkast', gorgel ik.




woensdag 11 januari 2012

Cat-chy

Let u vooral niet op het ongemakkelijke begin, de onhandige afkondiging, Katinka (op gitaar), Katinka's tekst (want het is haar liedje) en het veel te kleine aantal views.
















Roos blijft geweldig.

dinsdag 10 januari 2012

Polderman komt met avondvullende relatie


Cabaretière Katinka Polderman laat weten dat ze genoeg materiaal heeft verzameld voor een twee uur durende relatie in Paradiso. Kaarten zijn binnenkort verkrijgbaar.

Autobiografie X uitgesteld


De autobiografie van X laat nog even op zich wachten wegens een gebrek aan voorstellingsvermogen.

zondag 8 januari 2012

Het praatprogramma


Het is stil in huis. Het enige geluid dat hij hoort is het knarsetanden van zijn bejaarde vrouw die met haar ogen dicht in de schommelstoel ligt. Hij fantaseert hardop over hoe hij het alarmnummer zal bellen, een signalement door zal geven, zich vervolgens zal omkleden, zaklamp en figuurzaag meeneemt en ten slotte op de vlucht zal gaan. Zijn vrouw spreekt hem desondanks schamper toe en noemt het een dom plan van hem om zomaar met een zaag op pad te gaan. Hij knikt als een kind en zegt dat hij dan maar gewoon een wandeling zal maken, maar hij verzwijgt het idee dat zich in zijn hoofd net zo had ontplooid als de gevouwen lijnen in een ontwakend gezicht nadat het zich van het kussen heeft gelicht.

De nacht is koud en een windvlaag doet de figuurzaag zachtjes zingen, het is een geëngageerd lied over praatprogramma’s, waarvan de suggestie wordt gewekt dat het glas dat de gasten van de dag krijgen, gevuld is met het spraakwater van hun voorganger. Het is moeilijk zulke liedjes niet te waarderen, maar toch luistert hij niet. Als het zaagje maar strak genoeg gespannen is dit keer. De spanning moet snijden, of zagen in dit geval. Snijden is immers de taak van de kou.

Terwijl hij op verdachte wijze richting de rand van het dorp loopt, belt een oude buurtgenoot het alarmnummer. De vrouw zegt dat ze aangifte wil doen van een signalement, maar geeft per ongeluk de gegevens van de huur door in plaats van de fysieke kenmerken van het betreffende individu. Kort daarna zal ze uit huis worden gezet en zal de optrek worden bewoond door een gepensioneerde advocaat, gespecialiseerd in vormfouten. Hij zal later dit verhaal ontkrachten, omdat de figuurzaag in feite niet meer was dan een knutselschaar.

De vrouw wordt wakker in een verzorgingshuis. Ze krijgt bezoek van haar zoon die haar elke vrijdagavond komt voorlezen uit haar gezicht, zoals een waarzegger uit de koffiedrab op de bodem van een leeggedronken kopje de toekomst kan voorspellen. Hij vertelt haar het verhaal over hoe de olifant zich letterlijk herinnert hoe een jager van zijn ivoren slagtand een kleine versie van zijn moeder maakte, hoe hij het op zijn vijfenvijftigste verjaardag van hem cadeau gedaan kreeg, een paar weken nadat zij het olifantelijke loodje had gelegd en hoe dat hem toen troostte. Voor de vrouw is het alsof ze zich haar eigen verleden herinnert als een avontuur waarvan ze nu pas de spanning gewaarwordt.

Het signalement draait de figuurzaag wat strakker aan en de wind vibreert harder langs de kleine, scherpe tanden ervan. Het praatprogramma is aan het einde gekomen en de gasten voelen de afkondiging intuïtief aankomen, waardoor ze sneller praten en niet meer naar elkaar luisteren. Er wordt ook doorelkaar gepraat en het begint nu ook te sneeuwen, alsof de wereld lang geleden is geschud en de sneeuw nu pas weer langzaam op haar plek begint te vallen. Hij krijgt het bekende gevoel dat het leven in het dorp niet alleen veel trager gaat, maar dat ook het weer zich aanpast  aan de omstandigheden.

Hij klimt op de trap en zet zijn zaag in de dikke kartonnen plaat. Het lied stopt abrupt, nog voor de afkondiging. Met een vooral decoratief geduld zaagt hij het silhouet van zijn vrouw en als het af is, duwt hij ertegen. Iemand verslikt zich in een slok water. De vrouw in de schommelstoel wordt wakker van een schot.

In het programma kwam voor:
- de gasten van het praatprogramma
- de presentator
- de jager
- olifant 1
- olifant 2
- de zoon van de demente vrouw
- de advocaat
- de agent
- de demente vrouw
- het signalement/de man met de figuurzaag
- de vrouw in de schommelstoel

zaterdag 7 januari 2012

Autocorrect


Geef mij maar een boek
geschreven op een telefoon
met woordherkenningsfunctie
en dat de woorden er dan net als wij
verkeerdelijk herkend zijn
(en vrij van interpunctie)

Jan en Ingrid

Eerste conversatie over de kleuren-tv

‘Wij hebben sinds vandaag een kleurentunnelvisie’, pochte Jan.
‘Oh Jan,' vroeg Ingrid, 'mag ik mijn lievelingsprogramma bij je komen kijken?’
‘Ik vrees dat dat niet gaat. De tunnelvisie kan maar één zender ontvangen.’

maandag 2 januari 2012

Pirate English


het blauw-wit van schuimend facebook
kom terug roep ik tegen de Titanic
nieuwe timelines in je oude gezicht
lees erin: lectuur in een lijstje leuks
en het opsommingsteken ben ik

was het zout uit je vlees
til je lichaam uit de kom
en zwem erdoor

vrijdag 18 november 2011

Het letterenhuis













Gisteren zijn we met de juf en de kinderen van de klas naar het letterenhuis geweest. Het letterenhuis is een heel groot gebouw waar alle letters van de Vlaamse literatuur liggen opgeslagen. In de kelders van staal en beton liggen grote, dikke mappen, waarin de letters op alfabet zijn gesorteerd. Wanneer alle a’s bijvoorbeeld uit de mappen worden gehaald en achter elkaar worden gezet, komen we aan een lengte van 40 kilometer. Niet iedereen die onderzoek doet, mag zomaar in die mappen komen. De letters zijn kwetsbaar en soms oud en erg gevoelig voor zuur.

Die letters moeten worden uitgeknipt en al dat knipwerk moet natuurlijk door iemand worden gedaan. Critici, uitgeverijen en ook familieleden van de schrijvers zijn dan ook dag en nacht bezig om het werk te verknippen. Recent nog kwam de vader van Dimitri Verhulst de letter l brengen. Het was een getypte, kleine letter l van een zin uit Problemski Hotel.

Het doel van het letterenhuis is om uiteindelijk alle letters te archiveren. Er wordt nu onderhandeld met verschillende bibliotheken en boekhandels; twee instituten die op dit moment nog beschikken over een groot deel van het materiaal waar het letterenhuis graag haar schaar in wil zetten.

Onlangs wist het letterenhuis nog een prachtige kalligrafische hoofdletter J te bemachtigen. Die wordt nu tentoongesteld in het museum, dat voor iedereen toegankelijk is.

www.letterenhuis.be

'Antwerpen, de A is van iedereen.'

zondag 17 oktober 2010

Inrichting van huis

EEN LICHT
aan
geleng-
de
dag
van eerst: een onverdund siroop
(later houdbaar dan de nacht)
DE TIJD WRINGT
zal ik er zijn denk je
ik spreid het licht
langzaam sticht
ik je ge-
zin.

vrijdag 10 september 2010

Kafka op de boerderij


Zijn machine ploegde de Aarde aan vlezige stukken grond met een geluid alsof het zijn zelfgemaakte biologische dieselolie linea recta uit het binnenste van de Aarde omhoogtrok, recht vanuit het Paleozoïcum doorheen alle gesteente, zand en zeeklei, recht in de motor waar Jonathan Zwischen op zat. Verderop waren jagers op de meeuwen aan het schieten die de bovenste grondlaag aan zouden stampen met hun poten, zodat de grond stikte. Jonathan zag door het raam dat ze een raaf hadden geraakt. De raven waren beschermd.

Om te zien waar de raaf zou vallen volgde hij zijn laatste duikvlucht. Hij merkte niet eens dat hij over een hobbel heenreed. Toen de raaf de grond raakte, was het overal stil. Het lag niet aan de brandstof. Zijn ploeg was kapotgeslagen tegen iets dat onder de grond lag, maar de klap had hij niet gehoord. Alleen een doffe klap van de raaf tegen de grond kon hij zich nog herinneren. Toen hij naar buiten kwam zag hij tussen de resten van zijn ploegbladen de bovenkant van een kleine onderzeeër.

Lopend naar huis klonken zijn voetstappen dof, alsof de Aarde hol was en iemand aan de binnenkant liep, in plaats van aan de buitenkant. Thuis was Stof er niet. Zijn vrouw deed het huishoudelijke werk en was bijgevolg altijd in huis of soms in de tuin, maar ook daar was ze niet. Niet dat hij haar ook maar zocht. Jonathan Zwischen wist waar ze was. 
Stof was bij de oude opticien, hij woonde in het dorp. De opticien was sinds lang getrouwd met Blurb, maar nu en dan spraken ze nog af. In het geheim, want anders niet. Ze waren niet verliefd op elkaar, Stof en de opticien, maar de een kon ook niet zonder de ander. Alleen zij twee, verder niemand. Als iemand het zag, was het er niet meer, wat het ook was. Wie weet wat het was. Voor Stof voelde het als een frisse regen. De opticien dacht er meer aan als een lange, heldere bliksemschicht.

Het dak van de boerderij begon te lekken, dus plaatste Jonathan een emmer onder het lek waar de regen door het dak sijpelde. Het ging steeds harder regenen en het water sijpelde met een evenredig toenemende snelheid door het plafond. Zoals hij naar de vallende raaf keek, zo keek hij naar de vallende druppels water. Toen hij daarna in de emmer keek, zag hij een klein visje zwemmen. Hij lachte even, maar schrok van het geluid dat klonk als door een telefoon. Hij pakte de vis met twee handen als een kuipje, en deed de vis in een vissenkom.

Stof en de opticien zaten aan tafel. ‘Ik heb hem naar de boerderij gestuurd,’ zei Stof. De opticien knikte, maar hoefde niks te weten. ‘Ik heb gebakken raaf gemaakt,’ zei hij, ‘vers van de poelier. Ik hoop dat je een beetje van gevogelte houdt?’ ‘We zullen zien,’ zei ze, en ze knipoogde naar hem, maar niet heel betekenisvol, alleen als grapje.

Jonathan rommelde in een la, vond een nieuwe batterij en stak het in zijn hoorapparaat. Alles is zoals het hoort, dacht hij. De kleine vis was klaar met zwemmen. En met alle glibberige kracht die in zijn vinnen stak, stootte hij zijn kom omver. Zijn natuurlijke drang om te sijpelen had het gewonnen en met het water ging hij weg, wie weet waarheen. 
Er lag een onderzeeër op zijn akker, met zijn tractor en ploeg van gebroken carbide bladen in onschuldige stilte erop gestrand, alsof het altijd al zo was. Jonathan verzamelde de stukken metaal en repareerde zijn tractor, die hij samen met zijn ploeg terug naar de boerderij reed. Morgen zou hij de onderzeeër wel uitgraven. Toen hij thuis kwam brandde er licht. Stof was vast thuis. Morgen zou hij biodiesel van haar maken.

donderdag 27 mei 2010

Stijn en Marjetta


Escaleren

Marjetta: ‘Dag Stijn, wat kom je doen?’
Stijn: ‘Escaleren.’

Spectaculair
Stijn: ‘Zou je graag spectaculair willen zijn?’
Marjetta: ‘Een beetje.’
Stijn: ‘Een beetje spectaculair?’
Marjetta: ‘Ja.’

Zwichten
Marjetta: ‘Ik zou zo graag eens zwichten.’
Stijn: ‘Daar kan Jan je wel bij helpen, maar ik heb liever niet dat je naar hem gaat.’
Marjetta: ‘Waarom niet?’
Stijn: ‘Dat zeg ik liever niet.’

Stommelen
Marjetta: ‘Hoor je ook gestommel?’
Stijn: ‘Dat was ik.’
Marjetta: ‘Kun jij stommelen?’
Stijn: ‘Het wil gebeuren, zo nu en dan.’
Marjetta: ‘Kun je me dat leren?’
Stijn: ‘Je moet eerst naar de achtergrond, daar stommel je het gemakkelijkst.’
Marjetta: ‘Waar is de achtergrond?’
Stijn: ‘Bij Ingrid.’
Marjetta: ‘Bij Ingrid? Die kapsonestrut?’
Stijn: ‘Ik vind haar best leuk en ik zie haar graag.’
Marjetta: ‘Ik stommel wel een andere keer.’

Aanstalten
Marjetta: ‘Goh, het is al laat.’

Stijn: ‘Ja, ik ga maar eens aanstalten maken.’

Vergeten
Marjetta: ‘Vergeet je niet om dat boek mee te brengen?’
Stijn: ‘Ik zal het in mijn achterhoofd houden.’
Marjetta: ‘Ik
  houd het ook wel in je achterhoofd.’
Stijn: ‘Ik hou van je.’
Marjetta: ‘t Is al vergeten.’

dinsdag 11 mei 2010

Gesprek

‘Wil je kinderen?’ vroeg ik aan mijn vriendin. ‘Ja,’ antwoordde ze, ‘ik wil een zoontje, want dan weet ik hoe zijn vader vroeger was.’ Dat vond ik een leuk antwoord. ‘En jij?’ vroeg ze, want elke vraag werd altijd door ons teruggekaatst. Het had iets tragisch, ergens. ‘Ik weet het niet, ik ben bang dat ik tegengestelde dingen ga doen.’ ‘We zullen oefenen,’ zei ze. ‘Jij bent papa en ik ben vijf.’ ‘Oké.’ ‘Niet zo, dat klinkt nep.’ ‘Oké.’ ‘Pap?’ ‘Ja?’ ‘Er is een jongen op school en hij zegt dat hij verliefd is op mij. Wat is dat?’ ‘Als een jongen een meisje heel erg leuk vindt, dan is hij verliefd.’ ‘Is dat alles?’ vroeg ze. ‘Voorlopig wel.’ ‘Ik vind hem ook wel leuk, maar hij zou wat meer moeite moeten doen.’ ‘Hé, je bent nog maar vijf.’ ‘Ik ben een meisje.’ ‘Je lijkt op je moeder.’ ‘Pap?’ ‘Ja?’ ‘Hou je meer van mama of van mij?’ ‘Soms meer van mama, soms meer van jou.’ ‘Waar hangt dat van af?’ ‘Nou, als mama voor ons eten zorgt hou ik meer van haar en als jij ligt te slapen hou ik meer van jou.’ Ik twijfelde of dat een goed antwoord zou zijn. ‘Je maakt domme grapjes,’ zei ze, en ze draaide zich om en deed alsof ze ging slapen. Ik deed alsof ik naast haar bleef zitten en heel de nacht zou huilen omdat ik me zo gelukkig voelde, maar wel in stilte om haar niet wakker te maken. Toen ze deed alsof ze echt in slaap was gevallen, deed ik alsof ik echt huilde, waarop ze deed alsof ze wakker werd, waarop ik deed alsof ik schrok, waarop ze deed alsof ze zei dat ik me niet zo aan moest stellen, waarop ik deed alsof ik daarmee stopte en haar gelijk gaf. Dat bleek een goede zet. ‘Hou je meer van mij of van mama?’ vroeg ik, nu zo toch wakker was. ‘Dat is een domme vraag.’ ‘En jouw vraag dan?’ ‘Ik ben nog maar vijf.’ ‘Je bent een meisje.’ ‘Mijn botten zijn vuil.’ ‘Wat?’ ‘Mijn botten zijn vuil.’ ‘Hoe kom je daar bij?’ ‘Dat zei hij.’ ‘Die jongen?’ ‘Ja. Hij komt uit België. Hij zegt altijd leuke dingen.’ ‘Botten zijn laarzen in België.’ ‘Dat wil ik niet. Ik wil dat zijn botten vuil zijn, niet zijn laarzen.’ ‘Je moet niet zeuren.’ ‘Goed zo,’ zei ze, want ze sprong even uit haar rol. Ik glunderde en voelde me een beetje dom. ‘Pap, ben je verliefd op mama?’ ‘Is dat een hamvraag?’ ‘Ham? Snap ik niet.’ Ik dacht even na. ‘Ja, ik hou van mama.’ ‘En jij?’ vroeg ik. Ze knikte. Ik vroeg me af of zij er gemakkelijker een voorstelling van kon maken dan ik. 

maandag 10 mei 2010

zondag 18 april 2010

dinsdag 23 maart 2010

Lichaamslogistiek

Vandaag ben ik
log, mijn lijf als
een cruiseschip
mijn benen roeren woorden
ruimte in mijn buik
en luie passagiers op
het dek in het hoofd op mijn nek
mijn keel brokkelt af.

Geen mens die het ziet
het logge gevaar van
het te zware schip
beladen met dingen als
Kerstmis en Pasen (antisymboliek)
morgen gooi ik ze één
voor één overboord en
vaar ik naar jou toe.

woensdag 17 februari 2010

Voor Margreet



Bruidstaart

krijg je zoals een groot hoofd van taal
ook een dikke buik van liefde
of groeit alles mee
en maakt mijn liefde kolossaal?

zondag 14 februari 2010

Valentijnsdag

wachten op een kaartje
en dan huilen omdat-ie
van de verkeerde komt.

maandag 11 januari 2010

Drie vrouwen in een interieur

Schudden
‘Ik ben jarig!’ riep hij jubelend toen hij wakker werd. Er moest nog van alles gebeuren voor het feest van vanavond. Hij speculeerde over hoe zijn verjaardag zou verlopen.
‘Wat ben je, jarig?’ mompelde ze slaperig.
Het was een mooie dag en ze moest wakker worden want vandaag was het zijn dag. Hij begon haar wakker te schudden.
‘Wat doe je?’ kreunde ze vermoeid. ‘Speculeren,’ zei hij. Ze ging na of ze ooit al eens eerder wakker werd gespeculeerd, maar kon het zich niet herinneren. Ze begreep hem ook niet zo vaak, als ze er eerlijk over was. Zou speculeren soms een soort van schudden zijn? Het woord maakte haar hongerig. Die ochtend ontdekte zij dat ze niks voor hem voelde. Hijzelf ontdekte een nieuw mysterie.


Restaurant

Ze kreeg honger, dus ze liep een restaurant binnen en bestelde iets geels, want veel geld had ze niet. Een ober kwam het brengen, maar aan de zijkant was het gele een beetje verbrand.
‘Ik wil alleen iets geels!’ riep ze choleriek. Niets ging die dag zoals het hoorde. ‘Excuseer,’ zei de ober deftig. ‘Ik zal het terugbrengen.’
‘Dat is niet nodig. Het valt nog mee.’ Ze moest minder opvliegend zijn van aard. ‘Maar let u in het vervolg wel op! Als u alles laat verbranden is straks niets meer geel, of lichtblauw of van welke kleur dan ook.’ Zo probeerde ze de eer aan zichzelf te houden. Eenmaal verbrand blijft toch verbrand, en ze at niet graag iets zwarts, daar werd ze morose van.
De man aan het tafeltje bij de deur liep zonder te betalen weg. Je kon nog net zien dat de afgebladderde muren van het restaurant ooit beschilderd waren geweest met afbeeldingen van mannen die appels eten.


Feest
Victor zette zijn hoed af, iets wat hij graag deed, eigenlijk nog liever dan een hoed opzetten. Hij vond het heel degelijk om een hoed, liefst zwart, af te zetten en dan aan een kapstok te hangen. Het lopen met een wandelstok, liefst bruin, vond hij ook erg prettig. Een broekriem deed hij ook graag aan, schoenen deed hij dan weer graag uit, maar nu hield hij ze aan. Hij hield ook van het aantrekken van lange jassen, liefst lichtblauw. Maar nu deed hij hem uit. Zijn vriend Pierre gaf een feest. Hij liep de grote zaal in waar het feest was en daar werd hij voorgesteld door de gastheer. ‘Dit is Victor, hij schrijft een boek over ons, Cecile,’ zei hij enthousiast. Pierre vond Cecile leuk en hij probeerde haar al twee jaar lang te veroveren. Victor gaf haar een hand. Ze zag er opgelaten uit. ‘Ja, het is een allermerkwaardigste geschiedenis…’ probeerde Victor vergeefs het ijs te breken. ‘Kom mee, Victor, ik wil je voorstellen aan een goede vriend van mij.’ Ze liepen naar een man toe van middelbare leeftijd. ‘Victor, dit is Frederik. Hij heeft een maand geleden zijn vrouw verloren en gisteren is hij ontslagen.’ ‘Aangenaam, Victor,’ zei hij. Ze keken elkaar meewarig aan. ‘Vic, dit is zijn dochter,’ ging hij verder. ‘Vorige week is ze voor het eerst ongesteld geweest, is het niet, Julie?’ Die avond leerde Victor olijven eten, Pierre leerde hoe hij jassen moest aannemen en weghangen, Cecile ontdekte een manier om weg te glippen, Frederik leerde de tongpunt-r uit te spreken en Julie leerde de betekenis van het woord ‘operationeel’.

dinsdag 1 december 2009

Aanzet tot communicatie

Ik klopte aan, ze deed open. We groetten elkaar. Ze nodigde me uit naar binnen en bood me een stoel aan.

'Hoe was je dag?' vroeg ze.
We hadden elkaar jaren niet gezien.
'Zoals ik had gepland,' antwoordde ik gewichtig, want ik vond dat gewichtigheid er wel bij paste.
'Wat heb je gedaan de afgelopen jaren?' vroeg ze. Vandaag wilde ze alles weten.
'Niks,' antwoordde ik.
Ik moest ook iets vragen, maar ik wist niet wat. Ik denk dat het moment een bijzonder moment was en op zulke momenten hoor je bijzondere vragen te stellen.
'Hoe is het met je?' vroeg ik toen.
'Goed,' zei ze.
Misschien was het een slechte vraag. Ik vroeg maar niks meer.

Ze bekeek haar nagels met gespeelde nonchalance en met een meer exacte onverschilligheid keek ik weg.
Ze wilde iets.
'Je moet me inspireren,' zei ze.
'Goed,' zei ik, en ik begon haar te inspireren. Toen ik nog maar even bezig was, vond ze het genoeg.
'Wat ga je ermee doen?' vroeg ik.
'Een zin bedenken,' antwoordde ze.
Toen dacht ze even na en zei: 'Liefde is praten tegen een dode vogel totdat-ie terugpraat om te zeggen dat-ie het liefst wil vliegen.'
Ik denk dat ze bijna gelijk had, want het klonk heel mooi en echt.

'Zo, ik ga maar weer eens,' zei ik toen het tijd was om te gaan.
'Waarheen?' vroeg ze. Een moeilijke vraag. 
'Dat weet ik nog niet, maar anders blijf ik toch maar.'
Even vond ik het jammer dat het moment voorbij was, daarna wist ik niet meer of ik het jammer vond en vervolgens deed het er niet meer toe.
'Vaarwel,' zei ik nog plechtig.
'Vergeet je jas niet,' zei ze terug.
En toen ging ik weg.

woensdag 4 november 2009

Wat je allemaal geleerd hebt in oktober

Les 1: Pas op voor voetgangers
Voetgangers kunnen je omver lopen of bestelen.

Les 2: Sluit nooit een trio uit
Zo leer je nog eens mensen kennen.

Les 3: Spreek nooit iemands voicemail in het Frans in
Je kunt geen Frans, maar dat geeft niet.

Les 4: Maak achtbanen in plaats van vertaalmachines
Achtbanen zijn leuker.

Les 5: Ken jezelf
Je bent wel een ochtendmens maar je maakt niet zo vaak ochtenden mee.

Les 6: Praat over geheimen en vergeet om te dromen
Geheimen zijn er om doorverteld te worden aan mij.

Les 7: Zorg altijd voor voldoende beenruimte
Je kunt niet ergens gaan staan waar geen beenruimte is.

Les 8: Wees mooi en zwijg wat vaker
Praten mag, tenzij uit feministische overwegingen.

zaterdag 17 oktober 2009

7 witregels


1. Uit: Het doorgezaagde weesmeisje - deel 3
Haar ouders waren gescheiden en daarom durfde ze nooit toe te geven aan de liefde die ze kreeg. Nadat haar ouders waren gescheiden, zijn ze bij haar weggegaan. Ze heeft ze sindsdien nooit meer gezien. Op een dag zag ze een timmerman die bezig was met het maken van een kist. Toen ze vroeg wat voor kist het was antwoordde hij: ‘Een kist voor het circus, ze willen er een meisje in doorzagen.’ ‘In hoeveel stukken?’ vroeg ze. ‘In drie,’ antwoordde hij. De kist kreeg hij niet op tijd af, maar het weesmeisje werd wel doorgezaagd.

2. Uit: Duimen
Op de ochtend van de dag dat ik zou overlijden, at ik een boterham met aardbeien. Ik nam twee aardbeien, sneed ze door midden, legde ze op de onderste helft en vouwde mijn boterham dicht. Vervolgens nam ik een scherp mes en sneed ik de dubbelgevouwen boterham in tweeën. Het vocht op mijn tong was speeksel. Ik at mijn boterham op en nam er nog één, want ik had nog honger. Van de zoete aardbeien kreeg ik dorst, dus schonk ik mezelf een glas karnemelk in. Ik hield wel van karnemelk: het was fris, dorstlessend en smaakte gezond. Ik slikte. Toen deed je het.

3. Uit: De metamorfoses van Heras
Heras Hekwerk, een eenvoudige advocaat van in de vijftig, had het koud en stak de verwarming aan. Zijn massief eikenhouten radiator die tegen de binnenmuur van de voorgevel stond, was een energiezuinig apparaat, maar een kreng om aan te krijgen. Na wat gerommel met krantenproppen en lucifers lukte het hem uiteindelijk om het ding aan te steken.

4. Uit: De doorzichtige dader
Je alibi
Je had een plan opgesteld. Je zou overal komen en overal waar je kwam zou je iets doorzichtigs laten liggen, zodat de mensen aan anderen zouden vragen: ‘Wie heeft dit doorzichtig ding hier nu gelegd?’ En dat anderen, mensen die het wisten, zouden antwoorden dat jij het was. Toen je plan niet werkte besloot je het anders te gaan aanpakken. Aan de rand van het dorp stond een oud huis waar pas een man was komen wonen. Hij kende je niet. Je trok een lange hemelsblauwe jas aan en je nam een keukenmes mee. Toen hij de deur opendeed stak je hem ermee neer. Hij vroeg: ‘Ik ken u niet, waarom doet u dat?’. Achter hem zag je in de hal een lange hemelsblauwe jas aan een kapstok hangen en door het raam van de deur daarachter zag je een grote vleugelpiano en een pianostoeltje, waarvan hij waarschijnlijk zojuist was opgestaan. ‘Daarom,’ antwoordde je, zodat hij zonder vragen kon doodgaan. ‘Maar nu ken ik u wel en ik heb u al eerder gezien, meen ik.’ Met medegevoel keek je hem aan. ‘Is dat niet hetzelfde? Kennis, zicht en tijd zijn toch drie dezelfde dingen en dat wordt duidelijk als de verschillen er niet toe doen. U heeft mij herkend in het café omdat ik u op dit moment ontmoet. Het is heel eenvoudig. Als u mij nooit had gezien was u straks ook dood gegaan. Dit huis staat op instorten, het is levensgevaarlijk om hierin te wonen.’ De man giechelde en keerde strompelend terug naar zijn piano. Door het raam van de deur in de hal zag je hem zijn laatste lied spelen. Toen je de voordeur dichtdeed stortte het huis in. Je was er niet.

5. Uit: 
Zelfanalyse in 3 sms'jes
Ik denk nog als een kind en ik acteer er een soort goddelijkheid overheen. Ik acteer hoe ik mezelf vroeger zag als later. Ik kom mezelf tegen als ik een kunstenaar acteer. Method acting. Acteer ik niet meer als ik kunst maak of maak ik kunst om me het acteren te veroorloven? Hoe verhoudt kunst zich tot acteren en het zijn? Het zijn vragen die me bezig houden. Groetjes

6. Uit: Allure
Exact een maand nadat ik afscheid van je had genomen, ontmoette ik Stof. Stoffie was een schrijfster, maar een slechte, want ze sliste en dat liet ze graag doorschemeren in haar werk. Ze schreef klankgedichten over gakkende ganzen en gaf er een persoonlijke twist aan:
---
Gak!

Eerste klank-
gedicht
over een
gakkende gans geschreven
door een
slissende schrijfster
---
Het duurde niet lang voordat ik volledig afknapte op haar ‘sjavoir-vivre’. Stof zal tot stof etc.
Een maand na Stof ontmoette ik een meisje dat geen naam had. Ze was negentien en geboren in de Verenigde Arabische Emiraten uit Nederlandse ouders. Ze emigreerde naar Nederland toen ze vier was. Op haar paspoort staat wel een naam, maar die gebruikt ze nooit. Haar ouders wilden haar geen naam opleggen. ‘Gebruik je dan wel een andere naam?’ vroeg ik haar. ‘Vaseline. Gisteren was ik Zand.’ ‘Hou je van ganzen?’ vroeg ik. 

7. Uit: Spelletjes in verband met metamorfose met een vis
In een rommelige woonkamer in een vroom rijtjeshuis van een arm bakkersgezin slenterde een man naar zijn vissenkom. De gordijnen waren gesloten, waardoor de schemerige kamer ontstoken bleef van de frisse lentezon en alle meubels grijs leken. Buiten floten exotische vogels gelaten hun tragische liederen over hun uitstervende rassen en vrienden en kennissen die ze lang niet hadden gezien, maar genoten van het samenzijn met elkaar en de natuur waarin zij vlogen. Het was in de verre stad Moskou waar de man in zijn kamerjas naar zijn vissenkom slenterde. Zijn vrouw en kinderen lagen nog te slapen. In zijn kleine vissenkom, zo’n bolvormige waar er veel van zijn, zwom een kleine piranha zoals ook andere vissen zouden zwemmen in een kleine, bolvormige vissenkom. Wanneer de man tegen het glas aantikte, zwom de piranha er naar toe, omdat hij wist dat hij dan te eten zou krijgen. Hij opende zijn kamerjas, sjorde aan zijn geslacht en voedde zo de vis. Een warm ochtendlicht begroette veel te opgewonden zijn lijzige, slome lichaam wanneer hij de gordijnen opentrok. Hij sjokte naar de keuken waar hij verse croissantjes in de oven stopte. Overmoedig probeerde de lucht van de croissantjes elke ochtend de muffe lucht in de rest van het huis te verdringen. Toen de croissantjes warm waren, de tafel gedekt was en vrouw en kinderen beneden waren, werd er ontbeten, maar niet voordat ze hadden gebeden. Amen, weerklonk het meerstemmig. Zo ging het iedere ochtend, voordat het werk begon.

8. Uit: Dump uw lief in volzinnen
Ik heb haar doodgeschoten en het lijk gedumpt in een sms’je. Het mooie is dat er nooit iemand achter zal komen, want ik heb een iPhone en de provider trekt dat niet, dus blijft het lijk voor altijd in het purgatorium tussen twee gsm’s, waar geen mens ooit zal durven zoeken.
.
met dank aan Gummbah en Bob Dylan voor het idee.

vrijdag 2 oktober 2009

Bevolking wil meer cliffhangers

Uit een enquête in opdracht van het departement van Welzijn, volksgezondheid en gezin (WVG) blijkt dat er onder de Belgische bevolking grote nood heerst aan cliffhangers in de pers. Het persbeeld zou nu te eendimensionaal overkomen en er zou meer aandacht nodig zijn voor het creëren van spanningsbogen en de dramatische hoogtepunten die daarbij komen kijken. Zo zouden kranten het nieuws van de vorige dag niet in één keer naar buiten mogen brengen, maar elke dag moeten toewerken naar een nieuwe climax die dan pas de volgende morgen te lezen valt in het tweede deel van het nieuwsbericht.

Volgens Mark Vandeurzen, minister van het betreffende departement, was de aanleiding voor dit onderzoek het bericht dat Michael Jackson was overleden. “Stel we hadden hierover nagedacht en vanaf het begin enkel de suggestie gewekt dat Jackson wel eens overleden zou kunnen zijn, dan hadden de kranten de plotse aandacht die ze kreeg kunnen uitsmeren over enkele dagen, misschien zelfs weken. Een dergelijke strategie zou in één klap het probleem van perssubsidiëring oplossen.” Vandeurzen is wel tevreden over de manier waarop de pers achteraf toch nog is teruggestapt van die bewering en opnieuw in twijfel trekt of Jackson toch wel echt dood is. Toch vreest hij dat het effect niet hetzelfde was geweest als de pers vanaf het begin consequent de vraag onbeantwoord had gehouden.

“Zie je wel, ik zei het toch?”

De bevolking heeft hem daarin gelijk gegeven, blijkt uit de enquête die is uitgevoerd: 77% van de Belgische bevolking heeft aangeduid niet per se de waarheid achter de actualiteit te hoeven weten, als dat de berichtgeving er interessanter op maakt. Mark Vandeurzen: “Zie je wel, ik zei het toch?”

Erik Deltour, vertegenwoordiger van de Vlaamse beweging van beroepsjournalisten en directeur van het belangrijkste Belgische persbureau Belga, ziet het wel zitten om de oude strategie aan te pakken. “Het hoeft geen gevaar te zijn voor het informatiegehalte van het nieuws. We kunnen wel alles verzinnen en spanning opbouwen, maar de lezer verwacht terecht dat die spanning af en toe ook uitmondt in een climax. We kunnen ook wat bedenken en net zo lang rekken totdat er daadwerkelijk iets gebeurt dat we als climax kunnen gebruiken.”

“Stel China valt zo nu en dan ons land misschien binnen…”

Ook De Crem, onze minister van Landsverdediging, laat zich uit over het onderzoek van het WVG en het plan van Deltour: “Stel China valt zo nu en dan ons land misschien binnen, dan wordt het Belgisch nationalisme enorm gesterkt. Bedenk wat dat zou betekenen voor ons land! Geen jarenlange debatten meer over Brussel-Halle-Vilvoorde of gesprekken over nieuwe splitsingen ten gunste van Vlaanderen en Wallonië! In de plaats daarvan kunnen we eindelijk de rest van de wereld beginnen uitroeien. We gaan de Chinezen kapotmaken, vernietigen, uitmoorden. En daarna de Italianen met hun verwijfde geslijm. En als allerlaatste mogen de Hollanders met hun kaktaal nog eens inzien dat ze nooit een oorlog kunnen winnen. Jean-Marc van Tol (tekenaar van Fokke en Sukke, red.) bewaren we voor het laatst.”

Premier Herman van Rompuy is ook voorstander. “Het lijkt me plezant om op die manier de kranten door te nemen. De discussie over de actualiteit zal enorm toenemen, waarmee ook het politiek besef. Het lijkt me fascinerend om gesprekken op straat te horen wanneer België de vorige dag misschien wel is begonnen aan de derde wereldoorlog of wanneer België misschien wereldkampioen voetbal is geworden, omdat de beslissende penalty de volgende avond pas wordt uitgezonden.

Of Belga doorgaat met deze aanpak hangt ervan af of kleinere persbureaus willen meewerken aan deze vernieuwing. Als het aan Belga ligt beginnen ze er misschien morgen al mee.

woensdag 30 september 2009

maandag 28 september 2009

Tape

1. Ave betekent hoi.

2. Mensen zijn voor mensen zoals gedichten voor gedichten.

3. Vanochtend is buiten de meeste ruimte, vanmiddag zal lunchen overbodig zijn en vanavond hang ik een huis op aan de muur van mijn kamer.

4. Een tokkende kip in de wei zal worden opgenomen door een boer met akoestische opnameapparatuur.
4a. Er klinkt een sirene en een vrouw kijkt verschrikt rond.

5.1 Arthur: ‘C’est l’amour divin – Deux amours! Je puis mourir de l’amour terrestre, mourir de dévouement.’
5.2 ‘Things I have lost I’m allowed to keep’, verstond ik verkeerd van Regina.
5.3 ‘Du siehst gut aus’, zei ik wijs in het Duits.

6. Schrijvers willen architecten zijn, architecten springen van hun mooiste werk.
6a. Schrijvers moeten veel schrijven.

7. Janneke mag niet met mij praten van haar therapeut, haar therapeut heeft ruzie met de mijne.
7a. Het getok van de kip is goedgekeurd.

8. Het getik van de klok is wijzer geworden.

maandag 21 september 2009

Hoe was je dag?

ik maak golven in mijn soep
ze kijkt mij met de juiste nuance aan
ik leg de soep stil en kijk naar de hare
haar soep ligt ook stil
oh, je wilt met me praten
ik doe haar na met mijn gezicht
dan lachen we veel te hard
of ik althans
en dan gebeurt er weer iets met de soep

dinsdag 25 augustus 2009

2009 blijkt vooropgezet plan

Het jaar 2009 is in scène gezet, zo verklapt Patrick Lodiers van televisieomroep BNN. ‘We hebben 2009 in het leven geroepen om de aandacht te vestigen op de misstanden in de wereld. Nu ook Nederland verwikkeld is in een oorlog, werd het volgens ons tijd om de kijker te laten zien hoe slecht wij eigenlijk bezig zijn, dus dachten we aan een jaar waarin lekker veel gebeurt en dat niemand snel zou kunnen vergeten. Ik denk dat we voorlopig in onze opzet geslaagd zijn,' aldus Lodiers.

Nu blijkt dat ook president Barack Obama eigenlijk een Vlaamse volkszanger is, kelderen de koersen wereldwijd en wordt er gespeculeerd over een tweede recessie. ‘We waren lang op zoek naar een geschikte president en we vonden hem uiteindelijk gewoon in België. Het was een heel gedoe om hem fatsoenlijk Engels te leren, maar dan hadden we ook wat, toch? Door president Obama gaat de oorlog in Afghanistan gewoon door, zoals het ook in ons script staat.’

In het complot zaten naast Patrick Lodiers ook de omroepdirecteur van BNN, een groot aantal vrijwillige acteurs en de bevolking van België. ‘We konden moeilijk onopgemerkt een volkszanger uit hun land plukken en in het Witte Huis neerzetten. Belgen merken dat,’ legt Lodiers uit.

Over de laatste maanden van 2009 weet Lodiers nog niets. ‘We hebben onze acteurs vanaf september een carte blanche gegeven; ze mogen nu een tijdje improviseren. We hebben met de acteursvakbonden afgesproken dat ze dit mogen doen. Het valt niet mee om maandenlang te doen alsof je de Mexicaanse griep hebt. Ook wij weten niet wat we kunnen verwachten, maar we hopen dat de oorlogen wel in stand zullen blijven.’

Eerder al presenteerde Lodiers de Grote Donorshow, waarin een actrice moest kiezen aan wie ze haar nier zou doneren.

Met deze actie hoopt BNN dat Nederland kritischer gaat kijken naar de misstanden in de samenleving. Een herhaling van 2009 wordt uitgezonden in 2010 op Nederland 3 (BNN).

woensdag 12 augustus 2009

Je kunt zeggen wat je wilt

Verzwijgen dat je van haar houdt in een lang sms-bericht; denken dat je goed kunt zingen en dat verwoorden in een klankgedicht; schreeuwen dat je niet kunt praten met een microfoon naar je gericht; niezen met een mond vol lieve woorden in haar lachende gezicht. ♥

vrijdag 7 augustus 2009

Sirene

Toe
kom
sst.

Ik hier, zij daar, niks ertussen.
Er staat wel wat, maar er is nooit iets.

Wees
maar niet meer
alleen.

Hoi! Morgen is er weer een
dag. De maand begint alleen
opnieuw.

Zij heeft ogen en weer
haakjes. Altijd weer
haakjes.

Plons.

Er is een vis tussen
de mazen van de logica gesloopt.

Mijn muziek is een toekomst.
Als ze wegblijft, kun je haar horen.

zaterdag 6 juni 2009

Onderstaande berichten verschenen op http://worstkaasscenario.blogspot.com. Zo'n drie keer per week verschenen hier in het voorjaar van 2009 nieuwe teksten in verschillende vormen. De achtergrondkleur van deze site is oranje. Als je een briefje van 20, van 5 en een munt van 1 euro hebt, heb je 26 euro. Vroeger waren golfballen gemaakt van leer en werden ze gevuld met veren. De bronstijd is de periode van 3000 tot 800 v.C.

maandag 1 juni 2009

Verzoek: Grijze haren

Ik liep door de stad toen ik plots werd aangesproken door een jongen, een jaar of 3 jonger dan ik. Het viel me meteen op dat zijn haar grijs was. Ik bedacht me eerst dat het misschien weer zo’n zwerver was die vraagt om een investering van €2,40, waardoor je eerst medelijden krijgt met het bedrag en hem daarom maar 40 cent toestopt om zijn verdere financiering te vergemakkelijken, en die dan een paar meter achter je ook weer 2 euro en 40 cent vraagt aan een ander. Het werkt blijkbaar wel.

Maar deze jongen was geen zwerver. Hij keek me geïnteresseerd, bijna doordringend aan. Ik schaamde me dat ik telkens het slechtste van mensen verwacht. Wat was dit voor iemand? Hij was jong, was hij zijn moeder kwijt? “Ik ben je moeder niet, en ik weet ook niet waar ze is.” Meteen kreeg ik weer spijt, dat kwam er vrij cru uit. Om mezelf te straffen, bleef ik even staan. De jongen reageerde rustig, haalde alleen zijn wenkbrauwen even op, verslapte toen zijn scherpe blik en sprak tot mij: “Houdt gij daar ook zo van, te verdwalen in de stad?”

Dit had ik niet verwacht, maar hij zei het werkelijk. Sterker nog, hij vroeg het en verwachtte van mij een antwoord. Ik kon simpelweg met ‘neen’ antwoorden en doorlopen, maar ik had hem eerder al uitgemaakt voor een zwerver en een verdwaald eendje. Hem nu ook nog eens voor gek verslijten zou mij volledig opbreken. Dit resulteerde in een vrij diplomatiek antwoord: “Neen, maar ik kan mij voorstellen dat het iemand kan genoegen zich te laten verdwalen, hoewel ik eigenlijk van mening ben dat je enkel echt kunt verdwalen als je vastgebonden bent en nergens heen kunt. Eigenlijk ben je pas dan de weg echt kwijt.”

Ik hoopte dat ik hem hiermee voldoende verward had, zodat ik veilig weg kon lopen. Maar deze jongen was scherp. Hij sprak: “U abstraheert het woord verdwalen, hoewel het zeker geen verwerpelijke gedachte is. Neen, de idee dat de stad verdwaalt in de mensen interesseert mij alleszins.” Wat wilde deze jongen? Als hij verdwaald was, leek me dit een absurde manier om de weg te vragen. Als hij wanhopig op zoek was naar een diep gesprek, moest ik hem teleurstellen. Ik had een afspraak en wilde ons filosofisch samenzijn kortstondig beëindigen.

Maar op het moment dat ik me wilde verontschuldigen en weg wilde lopen, kwam er een vrouw naast mij staan. Ze kwam naast mij staan en keek naar de jongen. Daar stond ik dan, samen met een vrouw die ik niet kende tegenover een jongen waar ik geen wijs uit kon.

Hij begon weer te spreken: “Mensen bouwen steden naar de mens en de stad maakt van de mens een stad.” Hij glimlachte nu. Ik was verward. Als dat zijn bedoeling was, was hem dat zeker gelukt. Mijn afspraak was ik nu vergeten. Ik keek naar de nagels van mijn vingers met die vreemde belangstelling voor onbeduidende dingen die we trachten te ontwikkelen wanneer dingen van groot belang ons beangstigen of wanneer we ontroerd worden door een nieuwe emotie waarvoor we geen expressie kunnen vinden, of wanneer een gedachte die ons beangstigt plotseling het brein belaagt en ons beveelt eraan toe te geven. Wellicht had ik scherp en ad rem wat kunnen inbrengen als ik mij had voorbereid of wanneer dit gesprek in een gemoedelijkere context met een goed glas bier zou plaatsvinden. Deze surrealistische situatie bracht me van mijn stuk.

“Meneer?” De vrouw stond er nog steeds. Ik legde me neer bij het feit dat ik er steeds minder van begon te begrijpen. “Meneer, wilt u misschien een foto maken van mij bij dit standbeeld?” Ik huiverde en stamelde: “Pardon, ik denk dat ik verdwaald ben…”

vrijdag 22 mei 2009

Toe maar.

Toe maar. Gooi maar. Gooi mijn leven maar in de war. Ik zal het er wel terug uit halen. En dan geef ik het aan u. Ge moogt het houden, zal ik dan zeggen. Ge moogt het houden en ermee doen wat ge wilt. Ge moogt er zachtjes op kauwen of het proberen te laten stuiteren. Toe maar. Gooi maar.

woensdag 20 mei 2009

FAIM NOIRE

Je Ontbijt

Ongeduldig keek je hem aan. Hij nam een trek van zijn sigaret terwijl hij een afweging maakte. Hij zwaaide zijn peuk met 2 vingers uit zijn mond, steunde zijn handen op de toonbank, boog zijn gezicht omlaag, richtte zijn ogen naar jou, glimlachte, en zei dat je het broodje kreeg. Het was geen enkele moeite. Maar het ging je niet om het geld. Je schold hem uit voor sukkel, betaalde je broodje, gaf hem zelfs wat fooi, en liep de broodjeszaak uit. Je at je broodje al lopende op en even later kotste je alles weer uit. Je likte je tanden schoon, spuugde de laatste brokjes gezond op de grond, strekte je trillende knieën terwijl je steun zocht bij een muur en je liep verder.

Je Middageten

Je wilde een ei bakken, maar bij het stukslaan van de schaal sloeg je iets te hard tegen de rand van de pan en viel het eigeel en eiwit op het witte gasfornuis. 2 weken later maakte je het schoon en het viel je op dat je een kuikentje van het fornuis afschraapte toen je het met een Ikea-mes probeerde los te wrikken. Het deed je verder weinig. Met een flauwe glimlach op je gezicht spoelde je het mes af. Je schrobde enigszins verlustigd de laatste droge brokjes kuiken van onder je nagels. En de tot rubber verworden stukjes snavel kolkten door de gootsteen naar beneden.

Je Avondeten

Je had pizza's laten komen. Peperoni, extra kaas. Je keek me aan toen je de doos opende en de walm, de walm uit de doos, steeg in je gezicht. Je maakte een dierlijk gebaar. Je ogen verrieden de rol die je speelde; ze vertelden me alles. Je leven, je verwachtingen. De leegte. Je vluchtte, waarvan weet ik niet maar je vluchtte. Ik was er voor je. Ik was de dikke betonnen muur waar je met 300 per uur tegenaan knalde. Ik was er voor je, wat je er ook van hebt gevonden. Je dacht dat het liefde was. Liefde. Ik weet het niet, ik denk er niet meer over na. Ik heb andere zaken aan m'n hoofd. Bens vader deed het werk waar het uiteindelijk allemaal om draaide. De baan was gewild en ik diende zijn bescherming. Hij schreeuwde niet toen het afliep. Hij was afschuwelijk. Ik mis je, Kadie. Ik mis je.

donderdag 14 mei 2009

dinsdag 12 mei 2009

een ballon een ballon een ballonnetje...

Al een tijd geleden stond ik op een kermis, te wachten op een afspraak waarvoor ik wat te vroeg was. En op die kermis zag ik iets wat mij tot de dag van vandaag bezig heeft gehouden, iets wat ik graag met jullie wil delen.

Een jongetje gaf zijn rode ballon aan zijn moeder. Nee, hij overhandigde het haar. Hij overhandigde haar zijn ballon opdat hij die niet zou verliezen in de draaimolen. Maar mama zag niet zijn volle vertrouwen. Het was maar een gewone ballon met een touwtje om aan vast te houden. Een rode, zonder speciale vorm. Gewoon de vorm van een ballon.

Er stond een rij voor de draaimolen, maar geen lange. En toch, met een verbazingwekkend geduld stond hij zich te verheugen op de rit op het paard of in het autootje, zoals ik nog nooit een ander kind heb zien wachten. Waar kwam die berusting toch vandaan?

Het jongetje mocht een plaats kiezen en koos voor het paard dat hij al tientallen keren voorbij zag galopperen. Het was aan de andere kant van de draaimolen, waardoor hij mama niet kon zien. Ik zag haar nog wel, ze was aan het bellen.

Toen iedereen zat, begon de molen te draaien. De draaimolen draaide als een muziekdoosje, want alsof het afgesproken was, namen alle kinderen stuk voor stuk deel aan een ingewikkelde choreografie. In een rotsvast ritme zwaaide ieder kind naar zijn of haar ouders op de momenten dat ze elkaar konden zien. Dat was het spel. Het was vermakelijk om naar te kijken. Ook het jongetje van de ballon deed eraan mee. Telkens opnieuw lachte hij vrolijk en zwaaide hij daarbij. Het vermoeide hem geenszins, terwijl zij niet eens terug zwaaide. Mama was in gesprek en zag niet wat hij deed. Onbezorgd, dat was hij vond ik.

Toen ze klaar was met bellen stopte ze haar gsm in haar rechter broekzak, met in haar linkerhand nog steeds de ballon. Nu zwaaide ze wel terug, en lachte ook. Ze hadden dezelfde lach, dat kon je zien. Ze kreeg het idee om een foto te maken. Ze deed het touwtje in haar mond en beet erop, zodat ze beide handen vrij had om het toestel uit haar heuptas te halen en een foto te trekken. Daarna stopte ze het weer in haar tas, ritste die dicht en pakte de ballon vast in haar rechterhand.

Het waaide al een beetje, maar nu voelde ik windvlagen. Ik zag een boterhamzakje door de lucht vliegen. Met mijn ogen volgde ik het zakje, dat landde achter een meisje van een jaar of 4 dat met haar moeder een ijsje kocht. Ik zag dat ze aardbeienijs kocht, want ze kreeg een rood bolletje op een hoorntje. Helaas liet ze het ijs van haar hoorntje op de grond vallen. Het zakje vloog verder langs een schietkraam, waar een wat oudere jongen met een geweer richtte op een kastje waarin ballonnetjes zaten die een beetje rondzweefden, omdat in die kast lucht werd geblazen.

Ik hoorde dat de muziek gestopt was en mijn aandacht ging weer terug naar de draaimolen. Het jongetje liep al richting zijn moeder, die hem zijn ballon teruggaf. Had hij haar terecht vertrouwd? Was het een soort instinctieve naïviteit? Wist hij wat er ging gebeuren? Plots keek hij me recht aan, waar ik een beetje van schrok. Maar hij lachte beleefd en zwaaide terwijl hij hand in hand met zijn moeder van mij vandaan liep. Verlegen geworden beantwoordde ik zijn zwaaien met een aarzelend opgestoken hand en met zijn ballon trots boven zijn hoofd liep hij weg.

zondag 10 mei 2009

Wikkelrijm

zo wikkelt ze zich in haar deken
alsof die deken liefde is
ze maakt zich klein tot een soort bol
kruipt tegen haar ontstentenis
(de dingen die ontbreken)
stil geeuwt ze van vermoeienis
kruipt diep onder de wol
haar armen zijn haar gemis, waarin
mijn hart is blijven steken

zondag 3 mei 2009

De Schreeuw van Klimt



In haar rechteroor ontploft
een vulkaan in Oslo-Oost
doch zijn tanden en haar wielen
bezielen haar tot diep te knielen
en te nemen wat hij in haar loodst:

Kruip in haar oor om te begrijpen
dat Klimts goud schreeuwt
om van zijn zilver maar te zwijgen

vrijdag 1 mei 2009

woensdag 29 april 2009

Vergeten, hoe doe je dat?

Vergeten: Onthouden wat je niet hoeft te weten.

Vergeten kun je niet alleen. Neem dus eerst een man of vrouw naar keuze, al naar gelang je smaak. Overtuig hem of haar vervolgens van het nut van washandjes, kunst en landen als België of Chili. Wacht daarna tot hij of zij hetzelfde doet met dergelijke onderwerpen en hoop dat ze je een beetje aanspreken. Kies ten slotte één van de volgende spreuken om de vergetelheid succesvol op te roepen:
- Ik heb koekjes voor u gebakken.
- Ik hou van u.
- Ik probeer altijd gezichtsuitdrukkingen te omzeilen.
- Ik ben wederzijds verliefd op u.
- Dansen doet ge thuis maar. Ga bier halen.
- Gij en ik vormen de meest geheime organisatie ter wereld.
- Ik ben Kevin en ik tuinier best graag. Vooral de bloemen vind ik mooi; die laat ik dan ook gaarne staan.

In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.

Succes!

zondag 19 april 2009

VERWARMING

Deel 1. Vloerverwarming

Samen met zijn zoon legde Simon de Smet de vloerverwarring aan in de woonkamer. Het was een moeilijk karwei, mede doordat zowel Simon als zijn zoon niet zeker wisten of ze de juiste handelingen wel verrichtten. Simon sloeg tegels op het hoofd van zijn zoon, waaraan hij poogde te ontsnappen door een diepe put te graven waarin hij kon wegduiken. Aan het eind van de avond gaven ze toe dat ze het niet konden. De vrouw des huizes schakelde de volgende dag dus maar een klusjesman in, die het karwei wel kon afmaken.

Met een geweldige klap sloeg hij met een tegel die hij zelf had meegebracht tegen het hoofd van Simons zoon. Vervolgens groef hij een diepe put waarin de jongen zijn laatste rustplaats vond.

Deel 2. Stadsverwarming

Hyalien at die avond macaroni. Hoewel de macaroni goed smaakte, had ze nog genoeg over voor een kliekje voor de volgende dag. Tenminste, dat had ze als ze de stad niet had verward met de huishoudfolie. Zonder na te denken scheurde ze een stukje af en spande ze het gladgetrokken over haar bord macaroni, waarna ze het in de koelkast zette. Het werd voor de stad een koude nacht.

donderdag 16 april 2009

Dat gaat fout, varken!

Een bedenkelijk kijkende grondeekhoorn zat op een tak van de palissanderboom te wachten tot de gier, die net was komen aanlopen, in de mollenklem stapte. Tegelijkertijd rende een jong kalf in de nabijgelegen weide door het vervallen hek dat de weide eens moest omsluiten om het vee te behoeden voor verdrinking in de vele putten, die na een paar regenbuien vol met water staan. Het kalf viel in het water, maar nog voordat het verdronken was, zag de gier zijn gevaar. De grondeekhoorn kon niet praten, dus zei niets. De gier evenmin. Toch was het een droevige aangelegenheid toen de mol zijn duikvlucht eindigde in de palissanderboom waar ook de grondeekhoorn zat. Hierdoor viel de eekhoorn uit de boom, in de mollenklem. Zo vond de gier die dag zijn voedsel. Maar tijd om te eten kreeg hij niet.

Want het waren niet alleen mollen die die dag uit de hemel kwamen vallen. Ook de varkens vielen naar beneden. De gier keek naar boven en zag een roze gevaarte aankomen. Als de gier kon praten had hij gezegd: “Dat gaat fout, varken!” Maar daar had hij zelfs de tijd niet meer voor gehad. Het varken viel bovenop de roofvogel, die daardoor in de grond geboord werd. Omdat de gier zijn val gebroken had, leefde het varken nog. Toch stierf het varken al snel, want veel vet vlees veroorzaakt een te hoog cholesterol, waardoor je meer kans krijgt op hart- en vaatziektes.

De mol was blind en zag geen steek.

zondag 12 april 2009

dinsdag 7 april 2009

Fictieve Agens

Nieuwsbrief 10 mei 1978

Assepoester stelde het afgelopen jaar 32 ideeën voor en deponeerde die in de ideeënbus. Tot op heden heeft de grote boze wolf er hier 10 van positief beoordeeld, terwijl er nog 8 voorstellen in behandeling zijn. Sneeuwwitje rekende een bruto bedrag van ongeveer 3000 euro toe aan de reeds behandelde voorstellen. Doornroosje beloonde enkele van de meest waardevolle voorstellen niet met een geldbedrag, maar met winstbewijzen. Bent u Koning van een heel ver land, maar is uw adres gewijzigd, en u wilt toch op de hoogte worden gehouden? Vul dan onderstaand formulier in.

woensdag 1 april 2009

Schanijn en Mayonaise

Hoe niet volledig te verdwijnen


Poging 1:
Rinus Aalsvlecht staat aan de overkant van de straat. Vanaf de andere kant kijkt Sandy Lomax hem aan. Ze nemen afscheid. Geen van hen beweegt; ze staan stil. Ze zeggen ook niets; ze zijn te ver van elkaar verwijderd om te praten. Zo staan ze elkaar daar een minuut of wat aan te staren, totdat eindelijk een vrachtwagen langsrijdt. Wanneer de vrachtwagen voorbij Rinus is, is hij plots verdwenen. Is het dan een verbeelding, is hij niet echt? Maar de vrachtwagen slaat af en daar ziet ze Rinus hangen, zich onhandig vastklampend aan de spanbanden van de vrachtwagen. Rinus is echt.

Poging 2:
Rinus Aalsvlecht staat aan de overkant van de straat. Vanaf de andere kant van de straat kijkt Sandy Lomax hem aan. Ze proberen opnieuw afscheid te nemen. Er staat een klein zuchtje wind en je kunt de blaadjes aan de bomen horen ritselen, want voor de rest is het stil. Er komt weer een vrachtwagen langs. Sandy staat gespannen te wachten. Zou dit hem worden? Zou dit de laatste keer zijn dat ze hem zou zien? De vrachtwagen rijdt voorbij Rinus, maar Rinus staat er nog. Rinus wel. De rest is verdwenen. De straat, de gebouwen, de blaadjes aan de boom en ook de vrachtwagen en zelfs Sandy. Maar Rinus Aalsvlecht staat daar nog.

Poging 3:
Rinus Aalsvlecht staat aan de overkant van de straat. Sandy Lomax kijkt hem aan. Ze proberen voor de laatste keer afscheid te nemen. Zou hij dit keer wél verdwijnen? Verdwijnen in het niets, zoals dat soms op televisie gebeurt? Een bus rijdt langs en stopt even naast de plek waar Rinus staat. Als de bus verder rijdt, staat Rinus er niet meer. En wanneer de bus afslaat, hangt Rinus ook niet aan de bus. Sandy is verwart en ademt zwaar. Ze weet toch zeker dat hij daar net nog stond. Dat hij net naar haar stond te kijken, zonder iets te zeggen en zonder te bewegen. Hoe kan hij zomaar verdwenen zijn? Waar is Rinus?

vrijdag 27 maart 2009

Schrijven.

Dat is stilstaan op een roltrap zonder kleren aan. Rochelen in een vijver met 2 vissen en een haai. Eten met je handen in een rij voor het loket. Denken dat je niet kunt slapen in een stapelbed.

De Cockpitdans

Het is stil in het vliegtuig. Deze keer houd ik mijn hoofd koel, hoewel ik weet dat er iets niet helemaal in de haak is. Ik laat zelf niets merken en vlieg verder, terwijl ik door mijn raam naar buiten staar. Een vogel vliegt tegen mijn voorruit en glijdt er, donkerrode strepen achterlatend, langzaam van af. Alleen haar lippen blijven hangen. Op dat moment komt een vrouw de cockpit binnengestormd. Ik draai mij niet om, maar weet dat zij een vuurwapen in haar handen heeft. Ze ruikt naar seks en citroenthee. Mijn vliegtuig is gekaapt en ik moet mijn koers wijzigen. Haar stem is hard als een spijker, maar ik weet dat ze al lang niet meer is genageld. Ik weet wat me te doen staat en besluit het spelletje mee te spelen.

Ze dreigt mijn copiloot neer te schieten als ik mijn koers niet onmiddellijk wijzig. Ze bluft en zet meteen al hoog in; ze maakt een pijnlijke beginnersfout. Pijnlijk, ook omdat mijn copiloot niet meteen doodgaat na de eerste twee schoten. Haar spel is hard, glashard.

Een aantal andere kapers komt nu de cockpit binnen, ik blijf ijzig koel en let op de lucht terwijl ik met een schuin oog gefascineerd staar naar de vogellippen. De kapers communiceren met elkaar in het Farsi, een Iraanse taal. De vrouw blijkt Sana te heten. De mannen heten Saen, Fazel en Teispes. Saen en Sana zijn broer en zus. Ik moet Saen zien weg te spelen. Wil ik Sana krijgen, dan moet ik die luis uit mijn pels wegjagen.

Om hun opstelling te breken, kantel ik het vliegtuig een kwartslag naar rechts. Hierdoor beland ik samen met de Iraniërs in een hoek van de cockpit. Voor het eerst heb ik zicht op mijn kapers. Teispes ligt platgedrukt en met opgetrokken benen in de hoek, daarbovenop ligt Fazel, daarbovenop lig ik, naast mij ligt Sana. Saen staat al snel terug op zijn benen. Het vliegtuig draait langzaam verder door, richting de 65 graden, en daalt tamelijk snel. Saen moet hierdoor veel moeite doen om niet opnieuw te vallen.

De Iraniërs hebben hun lunchpakket bij zich: Sana eet druiven, Saen ook, Fazel eet sultana-koekjes en Teispes eet gewoon brood, ik denk met paté.

Ik kruip naar Sana om haar pistool af te nemen. De rest blijft liggen. Haar benen zijn lang als eskimosperen en haar lippen zo rood als het bloed van zeehondjes wat ermee wordt vergoten. Een vreemde walging overweldigt mij plots. Haar spel is hard, glashard.

Als ik terug op mijn stoel wil klimmen om het vliegtuig wat terug bij te sturen, struikel ik over iemands been en val ik bovenop het bedieningspaneel. Mijn veroverde en ontgrendelde pistool gaat af en ik dood Fazel. Het vliegtuig is echter gaan tollen, het landingsgestel is uitgeklapt, een deur in het passagiersgedeelte is opengegaan en de radiofrequentie is veranderd en staat nu op Q-music. Terwijl Teispes op mijn rug springt -– ik neem aan dat hij zijn pistool kwijt is geraakt in de consternatie -– poog ik schielijk de radio terug te zetten op Arrow Jazz. Dat lukt.

Ik vraag Sana of ze met me wil dansen. Ik moet echter wel hard roepen om het geschreeuw in de passagiersruimte te overstemmen. Ze negeert mijn verzoek en eist dat ik het vliegtuig weer onder controle krijg. Ze heeft geen idee, ik heb alles onder controle. Heel mijn strategie, van begin tot eind, is van tevoren gepland. Ik weet wie ze zijn, wat ze willen en waar ze toe in staat zijn. Ik weet waarom dit vliegtuig en waarom die koerswijziging. Maar ik weet meer: ik weet dat ze slechts pionnen zijn in een veel groter spel. Ze worden gebruikt en denken mij te kunnen gebruiken. Het is andersom. Altijd is het andersom. Dansen zullen we.

Terwijl het vliegtuig maanwandelt op haar wielen en in zeer hoge snelheid op een boom afstormt, weet ik de stuurknuppel te bereiken en glijd ik haar over zijn kruin de lucht weer in. Ik trek het landingsgestel in en sluit de deuren. Alles is onder controle. De drie overgebleven Iraniërs vallen door de deur van de cockpit in de nu halflege passagiersruimte. Ik bereik hoogte, kantel het vliegtuig terug horizontaal en schakel de automatische piloot in.

Arme vogel. De lucht zit vol met harde plakken. Harde plakjes lucht die ze niet kunnen zien en door de wind zweven. Meestal knallen die tegen vogels in de buurt van huizen, laag bij de grond; heel soms bevinden ze zich hoog in de lucht. Als zo'n harde plak tegen ze aanbotst, blijven ze ertegenaan hangen, en menen ze even te vliegen achter een andere vogel, maar dat komt omdat hun lichaam zich zodanig herschikt dat ze even tegen hun eigen cloaca aankijken. Dan pas wordt het ze zwart. Ze leren het nooit.

In het pistool zitten nog 2 van de 6 kogels. Ik gebruik ze en eindelijk zijn we alleen. Ik kies voor een tongzoen, want een tongzoen kan altijd. Maar de walging, ze nekt mij en ik geef in haar over. Ze is toch echt wel oerlelijk. En hard, glashard. Ik herpak mij en kus haar opnieuw. Het is echter gemakkelijk voor te stellen dat zelfs de walging van haar de braakgrens heeft overschreden en ditmaal ben ik het slachtoffer. De geur van citroenthee en seks is nog steeds voelbaar aanwezig, maar wordt sterk bedreigd door andere geuren.

In het Farsi verontschuldig ik mij en leg ik uit waar ik haar uiterlijk mee associeer. Ze wil mijn excuses enkel aanvaarden als ik het vliegtuig in een andere koers zet. Ik help haar uit die gekoesterde droom en leg haar uit dat ze niet in de positie is om te onderhandelen. Ik wijs naar haar dode broer. Ze barst uit in tranen van verdriet en van ontroering huil ik terug. Het nummer dat wordt gedraaid op de radio loopt ten einde en ik sla haar neer met het handvat van haar vuurwapen om vervolgens terug te keren naar de cockpit om opnieuw te staren naar die lege, lege lucht. Alleen haar lippen blijven hangen. Ze is hard, glashard.